Edward Elgar onder de loep

Aan de hand van enkele muziekfragmenten nemen we je mee in het verhaal van Edward Elgar en zijn Celloconcerto.

Veel lees-, luister- en ontdekkingsplezier!

Edward Elgars Celloconcerto

 

Hoewel zijn talent al vroeg werd opgemerkt, ging de ster van Edward Elgar pas laat aan het rijzen. Pas in 1899, op 42-jarig leeftijd, wist hij met zijn beroemde enigmavariaties voor orkest de ban te breken. Het werk was in die mate populair dat hij in de naweeën ervan meteen verzocht werd een concerto voor cello te schrijven – ooit, als het eens schikte. Elgar zei toe, maar die ‘ooit’ werd twintig lange jaren later, meer bepaald in 1919. Helaas had in de tussentijd ook de geschiedenis een nale dubbele maatstreep getrokken en wel achter de negen- tiende eeuw. De schok van de Eerste Wereldoorlog lag nog vers in het geheugen en vormde een belangrijke cesuur die het nieuwe van het oude scheidde. Ook Elgar zelf was ondertussen op leeftijd gekomen. Bovendien viel zijn muziek niet langer het gejubel te beurt, dat hem rond de eeuwwisseling even het statuut van belangrijkste Engelse componist had opgeleverd. Voortaan was hij een man in een vreemde tijd, wiens muziek niet helemaal weerstond aan de snelle veranderingen van het moderne era. De bitterzoete ondertoon van het celloconcerto, zijn laatste werk van belang, is daar wellicht niet vreemd aan.

De 4 muziekfragmenten kan je beluisteren via onze Symfonieorkest Vlaanderen afspeellijst in de de AlphaPlay-app

1ste deel — Een melancholisch thema

 

Elgar zou het thema van het eerste deel bedacht hebben nadat zijn amandelen chirurgisch verwijderd waren. Onmiddellijk na het ontwaken, nog wat onderkomen van de anesthesie, vroeg hij pen en papier. Het resultaat is een uitermate gevoelig thema. Na het getormenteerde openingsrecitatief van de cellosolo, krijgen de altviolen de eer om het voor het eerst ten berde te brengen. Het is een eenvoudig wijsje met een regelmatige, trocheïsche cadans (je kan er de woorden ‘eenzaam ruist de duistre zee’ over zeggen). Aanvankelijk verschijnt het maagdelijk en onschuldig. Pas wanneer het voltallige orkest ermee aan de haal gaat, neemt het de brede en majestatische vorm aan, zo eigen aan de romantische toonspraak van het concerto. In Elgars geval geeft het de indruk van een rivier die zich, wars van de oprukkende industrie, een weg baant door de eeuwige Mavern Hills, de landelijke thuishaven van de componist.

 

→ Muziekfragment deel 1: Klik hier

2de deel — Lyrische adempauzes

 

Het gaat er bij momenten vliegensvlug aan toe in het kwikzilveren tweede deel. De solocello rijgt de snelle zestiende noten aan elkaar tot een duizelingwekkende ketting van klank. Maar zoals iedereen wel weet: de boog kan niet altijd gespannen staan. Een aantal keer mag de cellist naar adem happen. De muzikale acrobatentoeren maken dan heel even plaats voor een gecondenseerde lyrische passage. Cantabile (zangerig) en Largamente (breed) schrijft Elgar. Het orkest denkt er schijnbaar het zijne van en laat op deze verzuchtingen telkens een kloeke echo volgen, alsof het wil zeggen: ‘Kom, cello, herpak u.’


→ Muziekfragment deel 2: Klik hier

3de deel — Een verrassend einde

 

Het bijzonder rijke derde deel, dankt zijn charme aan enkele metrische vondsten. Elgar plaatst een aantal verschillende maatsoorten vakkundig op elkaar, waardoor we voortdurend op het verkeerde been belanden. Dat zorgt voor een prikkelende desoriëntatie. Lichte tellen worden zwaar en de zware licht. Ook de harmonie helpt een handje door hier en daar verrassend uit de hoek te komen. Een voorbeeld vinden we in het voorlaatste akkoord dat bij de actief meedenkende luisteraar een bescheiden schokje teweeg brengt. Net als je denkt dat de beweging in de begintoonaard (si b groot) zal eindigen, schudt Elgar een onverwacht en subtiel gekleurd dominantakkoord uit zijn mouw en sluit het deel op de valreep af in fa groot.

 

→ Muziekfragment deel 3: Klik hier

 

4de deel — De synthese

 

Hoewel het vierde deel over een eigen identiteit beschikt, is vooral de terugkeer van een aantal oude bekenden hier opmerkelijk. In eerste instantie is dat het thema uit het voorafgaande deel. Opvallend is hoe verwant deze melodie bij nader inzien is met de ‘lyrische adempauzes’ uit het tweede deel en melodisch materiaal uit het eerste deel. Deze aha-erlebnis brengt een gevoel van volbrenging en synthese teweeg, te meer omdat Elgar na deze mijmering het openingsrecitatief van het allerbegin citeert. Deze keer is het getormenteerde karakter echter geen lang leven beschoren. Elgar haalt een laatste keer woest uit en voert het concerto tot een glorieus slot.

 

→ Muziekfragment deel 4: Klik hier