|
Frank Braley & Symfonieorkest Vlaanderen In BozarBrussel - "Hij speelde de piano als een leeuwerik die opstijgt... De muziek stroomde uit hem met de rijkdom van een aangeboren genialiteit." De pianist waarvan sprake is, is Felix Mendelssohn. Maar het citaat had evengoed van toepassing kunnen zijn op Frank Braley, de Franse pianist die sinds zijn overwinning op de Koningin Elisabethwedstrijd in 1991 een Brusselse publiekslieveling is. En terecht. Nu is hij te horen en te zien met zelden uitgevoerd werk van Mendelssohn en Schumann. Naar verluidt kon u als jongere niet kon kiezen tussen een wetenschappelijke of muzikale toekomst? Beetje bij beetje heeft de muziek zich van mij meester gemaakt. Muziek was voor mij aanvankelijk een vorm van tijdverdrijf. Totdat ze uiteindelijk een centrale plek in mijn leven heeft gekregen. Ik gaf mezelf enkele jaren de tijd, om te zien hoe het me zou vergaan. Want het gaat allesbehalve vanzelf. Het volstaat geenszins om pianist te willen worden. De muziekwereld moet ook van je willen weten... Velen worden geroepen maar slechts heel weinigen halen de top. Toen ik in 1991 deelnam aan de Koningin Elisabethwedstrijd kreeg ik een definitief antwoord had op mijn toekomsttwijfels. Mijn eerste plaats bracht me op concertpodia in de hele wereld en leerde me wat het betekent om muzikant te zijn. Dat zijn namelijk verschillende zaken: je kunt van muziek houden en veel spelen enerzijds, maar er je beroep van maken, dat is andere koek. Maar ik speel nog steeds... Ik denk dus dat ik wel een antwoord heb op mijn vraag. (lacht hartelijk)
De twee samen zijn dan allicht het equivalent van één groot concerto. Je moet weten dat dit in de negentiende eeuw regelmatig gebeurde, twee concerti op dezelfde avond. Vandaag is dat eerder de uitzondering. Twee weken geleden was ik in Brazilië, en daar speelde ik achtereenvolgens een sonate van Beethoven, vervolgens een concerto. En na de pauze speelde ik een tweede concerto. In Europa is men daar nog niet echt aan toe, elders wel... Met mijn project ZIK hebben we wel het een en ander uitgeprobeerd op het vlak van repertoire, opstelling, theatrale elementen enzovoort. ZIK was in essentie een laboratorium, een manier om de uitvoeringspraktijk verder te verkennen. Daarmee stelden we de klassieke uitvoeringsformules en regels in vraag, en wilden we heel letterlijk een paar oude taboes over klassieke muziekconcerten doorbreken. Die ervaring draag ik uiteraard ook mee.
Het is voor concertorganisatoren niet altijd eenvoudig om die kleinere, compacte werken te programmeren. Ze moeten bijna altijd gekoppeld worden aan andere korte werken. En dat is niet altijd zo eenvoudig. Maar dit programma steekt heel goed in elkaar. Er zijn tal van overeenkomsten tussen beide werken, zowel op het vlak van de muzikale taal als de sfeer. Zelfs al zijn de stijlen van de twee componisten volledig verschillend, je kunt niet rond de gelijkenissen. Mendelssohn zou je kunnen omschrijven als 'briljanter' en 'virtuozer', met een zekere lichtheid, in de goede zin van het woord. Bij Schumann is de sfeer flink somberder en zwaarder. Zelfs in de grotere, haast zangerige frasen weerklinkt er bij hem een zekere nostalgie door. Dat heb je niet bij Mendelssohn. Daar krijg je frisheid, en een enorm, haast vanzelfsprekend naturel.
Daarnaast is er het solorecital. Dát is nu werkelijk iets heel bijzonders. Je moet je voorstellen dat je gedurende anderhalf uur moederziel alleen op het podium zit. Het stelt meer eisen. Maar als alles vlot verloopt, is er volgens mij niks wat erboven gaat. Je krijgt een gevoel van volheid en van kracht. Je staat helemaal alleen aan het roer, zoals een solozeiler die de oceaan oversteekt. Maar... als het slecht gaat, kan het ontaarden in een nachtmerrie. Maar meestal geeft het solorecital me een onbeschrijfelijk genot. Het concerto ten slotte, is iets tussen beide in. Je hebt, net zoals bij de kamermuziek, een intens contact met andere muzikanten. Weliswaar niet op gelijke voet, want je bent solist en je zit helemaal vooraan in de frontlijn. Het is dus een beetje dubbelzinnig. Er is het plezier om een groot orkest rond je te hebben, en te worden omringd door de klank die het voortbrengt. Maar er is ook een minpunt soms... Als je als solist weken, soms maanden aan je uitvoering gewerkt hebt en je stuit op een orkest dat niet goed is voorbereid, of minder geëngageerd is. Dat kan soms een beetje frustrerend zijn. Ik heb uitstekende herinneringen aan de samenwerking met het Symfonieorkest Vlaanderen. Enkele jaren terug hebben we samen een reeks met een van de pianoconcerti van Beethoven gebracht. Wat ik sterk aan dit ensemble apprecieerde, was dat het een orkest is met een enorme gretigheid. De musici zijn zeer geëngageerd en ontvankelijk om te werken en te repeteren. En laat net dat zeer kostbare kwaliteiten zijn voor een orkest. Amis de Paris - Frank Braley & Symfonieorkest Vlaanderen Roel Daenen © Agenda Roel Daenen, Agenda - Brussel Deze Week |
||||||
|
|||||||