Symfonieorkest Vlaanderen
Tom De Visscher

Vijf vragen aan De Spil

Al een kwarteeuw is De Spil de kunsttempel van Roeselare. Afgelopen zomer nog wuifde het cultuurhuis zijn directeur Dirk Cornelis uit, die 15 jaar lang aan het roer stond. Zijn afscheid én de intrede van nieuwe kapitein Hilde Cuyt werden feestelijk ingeluid door Symfonieorkest Vlaanderen. Het orkest en het cultuurcentrum hebben sinds jaren een hechte samenwerking. We verzilveren het momentum voor een vraaggesprek met de oude en nieuwe directeur. 

Welke doelen en ambities heeft een stedelijk cultuurhuis als De Spil?

Dirk Cornelis:

“Bij de opening van het cultuurcentrum in 1997 werd de lat meteen hoog gelegd. De Spil moest kwaliteit op de planken brengen op het niveau van de grote centrumsteden. Die ambitie hebben we toch wel waargemaakt. Onze theaterprogrammatie behoort bijvoorbeeld tot het beste wat Vlaanderen te bieden heeft. De jongste jaren zet het cultuurhuis nadrukkelijk in op een breder publieksbereik. Daarvoor trekken we actief naar de mensen toe. We verlaten onze eigen zaal om op locatie projecten te ontwikkelen. In dat kader hebben we een ruim netwerk uitgebouwd met zowel culturele als sociaal-artistieke partners, waaronder ook Symfonieorkest Vlaanderen.”  

Hilde Cuyt:

“Uiteraard primeert een kwalitatief aanbod, al is die beoordeling altijd wel een beetje intersubjectief. Samenwerking, verbinding en dialoog zijn dan ook essentieel om een open vizier te houden. Als algemeen directeur houd ik me niet alleen bezig met het artistieke aspect maar heb ik ook een coördinerende en zakelijke opdracht. De coronacrisis heeft er stevig ingehakt. Nu dient zich met de energiecrisis alweer een nieuwe uitdaging aan. Een sterk cultuurhuis moet ook intern stevig in de schoenen staan. De komende jaren zal mijn aandacht daar evenzeer naar uitgaan.”

Wat is het geheim van een sterke programmatie?

Dirk Cornelis:

“Het profiel van de klassieke programmator of vakspecialist volstaat niet meer in de hedendaagse context. In plaats daarvan heb je iemand nodig die zich onder het publiek begeeft, die weet hoe om te gaan met diverse groepen en die in staat is om meerdere kunstgenres met elkaar te combineren. Het is een benadering die steeds meer ingang vindt in onze Vlaamse cultuurhuizen, al heeft iedere zaal nog wel haar eigenheid. Waar bijvoorbeeld Leuven en Gent over een waaier aan kunsthuizen beschikken, zijn wij in Roeselare de enige grote speler. Dat maakt dat we ook een breder spectrum moeten bestrijken.” 

Hilde Cuyt:

“Een goede programmator heeft voeling met wat er leeft en beweegt in het culturele en sociaal-artistieke landschap. Een ruim netwerk zorgt ervoor dat hij of zij vanop de eerste rij mee is met alle nieuwigheden en opportuniteiten. Persoonlijke voorkeur mag een programma niet sturen. Het is belangrijk dat je keuzes maakt in functie van het huis, onafhankelijk van je eigen smaak. Een interessante programmatie durft ten slotte ook risico’s nemen. Een cultuurcentrum dat zijn vaste waarden respecteert, kan en moet tegelijk ook kansen en een toonplek bieden aan nieuw of onbekend talent.”  

Wat is de plaats van klassieke muziek in een hedendaagse programmatie?

Dirk Cornelis: 

“Dat is voor De Spil een zoektocht geweest. Je moet weten dat het cultuurcentrum een uitmuntende akoestiek heeft voor klassieke muziek. Maar vijf jaar na de inhuldiging van ons gebouw opende ook Concertgebouw in Brugge de deuren. Die zaal moest hét West-Vlaamse icoon worden voor onder meer klassieke muziek. Het aanbod in ons huis is vervolgens jarenlang vrij low profile geweest. Mijn bescheiden verdienste is dat ik de klassieke programmatie terug heb aangezwengeld door te focussen op een complementair en vooral zeer toegankelijk aanbod. We mikken nog steeds op kwaliteit maar doen dat nu met meer aandacht voor beleving: mooi ingeleid, in een sfeervolle setting, vaak met een hapje of drankje erbij.” 

Hilde Cuyt:

“Klassiek heeft nog altijd een vrij vast omlijnd publiek, daar moeten we niet blind voor zijn. Maar door in te zetten op beleving, voorstellingen op locatie en op de samenwerking met verenigingen en partners maken we de scope wel breder. We hebben bijvoorbeeld al een mooie uitwisseling met de muziekacademie die hier vlakbij gevestigd is. Ook de samenwerking met Symfonieorkest Vlaanderen past in dit plaatje. Door ons klassieke aanbod zo laagdrempelig mogelijk te houden, zetten we onze visie van een warm en open huis in de praktijk om.”  

Wat is uw persoonlijke relatie met klassiek?

Dirk Cornelis:

“Mijn hele leven is klassiek! Ik ben organist van opleiding en heb nog muziektheorie gedoceerd aan het conservatorium. Mijn carrière is een beetje eigenaardig verlopen in die zin dat ik eerst nog twintig jaar in het zakenleven heb gezeten. Nadien heeft de klassieke microbe me niet meer verlaten. Ik verdiep me nog dagelijks in klassieke muziek. Het is ook haast het enige muziekgenre dat mijn radio speelt.”

Hilde Cuyt:

“(lacht) Dit zal voor Dirk een verrassing zijn, maar ik ben ooit nog opgeleid in de piano. Eerst heb ik het gewone parcours aan de muziekacademie doorlopen, daarna ben ik uit vrije beweging ook muziekgeschiedenis gaan volgen. We hadden een toffe leerkracht die ons clubje elke zaterdag enthousiast mee op sleeptouw nam. Nu ben ik thuis omgeven door mijn kinderen die klarinet, piano, gitaar en saxofoon spelen.”

Welk repertoire siert uw persoonlijke verlanglijstje? En waarmee wilt u Symfonieorkest Vlaanderen nog graag aan de slag zien?  

Dirk Cornelis:

“Ik ben de laatste tijd vooral gespecialiseerd in barokmuziek, dus ik kan echt niet om Johann Sebastian Bach heen. Het Deutsches Requiem van Johannes Brahms zou ik ook heel graag nog eens uitgevoerd zien. Vroeger heb ik dat werk zelf nog in een koor gezongen met orkest. Daar bewaar ik mooie herinneringen aan.Verder staat het Requiem van Mozart hoog op mijn verlanglijst. Als SOV dat zou brengen, ben ik er als de eerste bij!”

Hilde Cuyt:

“Bij mij is die keuze nostalgisch getint. De quatre-mains van Bach hebben me destijds op de piano vele uren speelgenot bezorgd. Het eerste concert met groot symfonisch orkest dat ik als jongere heb bijgewoond, was de Carmina Burana van Carl Orff. Dat imposante gevoel wil ik nog wel eens herbeleven. Symfonieorkest Vlaanderen kan me in elk geval met veel soorten werk plezieren. Mijn muzikale voorkeur is breed.” 

Honger naar meer artikels? 

Het driemaandelijkse magazine van Symfonieorkest Vlaanderen - Symfozine - brengt interviews met solisten en (gast)dirigenten, neemt je mee achter de schermen van het orkest en zorgt voor verdieping bij de concerten.

Dit artikel verscheen in Symfozine 95 (januari t/m maart 2023) en werd geschreven door Heleen Driesen.

Vraag je gratis exemplaar aan