Anna Meuer

José Luis Gómez & Johannes Moser

In november staat naast de Ouverture van Martinů, nieuw werk van Richard R. He en Brahms’ Derde Symfonie Dvořáks Celloconcerto op het programma. Een episch meesterwerk dat romantische heroïek koppelt aan diep verlangen, en stuiterende energie aan knagend heimwee. De Duits-Canadese cellist Johannes Moser liet eerder al horen tot wat een grandioze dialoog hij het orkest verleiden kan. “Een concerto met een overdaad aan liefde”, zo omschrijft hij het, en dat wil hij samen met maestro  José Luis Gómez laten horen. De driehoeksverhouding tussen solist, dirigent en orkest levert dikwijls magische momenten op. Een hartelijke online-kennismaking zet alvast de toon.

Energiek en blijvend nieuwsgierig

José Luis Gómez startte als violist in het jeugdorkest van de Venezolaanse staat Zulia, en klom er snel op tot concertmeester. “De steun van de organisatie El Sistema (Het Systeem) was essentieel”, benadrukt hij. “Opgericht in 1975 door José Antonio Abreu als een 'sociale actie voor de muziek' stimuleert ze muziekbeoefening en muzikale projecten gedragen door lokale gemeenschappen. In het jeugdorkest kon ik mijn talent ontwikkelen. Ik leerde er bijvoorbeeld het belang van samenwerken en voelde er de drive van een groepsdynamiek. Spelenderwijs opende zich een enorm repertoire. Nu en dan moest ik als 12-jarige ook dirigeren, al vond ik er maar niks aan. Ik miste de klank. Maar de nieuwsgierigheid bleef, en na een carrière als violist besloot ik die nieuwe weg verder te verkennen. In 2010 won ik in Frankfurt het Internationale Dirigentenconcours Sir Georg Solti. Een resultaat waar ik trots op ben.” Hoe hij zich zou karakteriseren als maestro? Gómez lacht uitbundig. “Dat is een lastige. Laat ik zeggen dat mijn energieke stijl wellicht inherent is aan mijn Latijns-Amerikaanse en Spaanse achtergrond. Natuurlijk neem ik als dirigent ook ervaringen uit andere culturen mee. Drie jaar lang was ik assistent van de Estse maestro Paavo Järvi, een periode die me in belangrijke mate gevormd heeft. En zo zoek ik mijn weg in deze al te gekke wereld (brede glimlach).” 

In de herfst van 2019 dirigeerde Gómez Symfonieorkest Vlaanderen tijdens een tournee door het Verenigd Koninkrijk. “Een orkest met een muzikale focus, flexibel navigerend doorheen heel uiteenlopend repertoire”, zo herinnert hij zich. “Er stond toen onder andere Spaans en Braziliaans werk op het programma – De Falla, Rodrigo en Villa-Lobos – uitgevoerd met een duidelijk voelbare extra energie. Fantastisch! Ik kijk uit naar ons weerzien in november.” 

De dirigent als communicatiecentrum

Johannes Moser werkte als solist vooral met dirigenten die ouder waren en al een hele carrière achter zich hadden. “Maestro Gómez is een leeftijdsgenoot, een vroege veertiger net als ik en dat zal toch een verschil maken”, klinkt hij enthousiast. “Het zal ongetwijfeld een invloed hebben op het samen musiceren, op het avontuur dat het samen ontdekken van een werk toch is. Die frisheid, die opwinding, daar kijk ik erg naar uit. Het aantal celloconcerto’s is beperkt, waardoor cellisten tijdens hun carrière vaak dezelfde werken uitvoeren. Een nieuw perspectief kan starheid tegengaan, en al zeker een configuratie met een nieuwe dirigent.”

Hoe belangrijk is de rol van een dirigent voor een solist? Onontbeerlijk? “Heel soms”, lacht Moser ons toe. “Maar alle gekheid terzijde. Bij het Celloconcerto van Dvořák is die rol essentieel. Zoiets speelt op verschillende manieren. Als solist richt ik me rechtstreeks tot de zaal. Wil ik communiceren met het orkest, dan gaat dat enkel via de dirigent. Bovendien sta ik als uitvoerder voor een bepaalde interpretatie, iets waarvoor ik natuurlijk de medewerking van die dirigent nodig heb. Ik zie hem of haar als een prisma waarop ik als een lichtbundel mijn ideeën projecteer die uiteindelijk uitwaaieren in een reeks kleurcomponenten. Als dat gepaard gaat met een openheid van geest zoals bij de musici van Symfonieorkest Vlaanderen, dan krijg je een rijke uitvoering. Een dirigent houdt de lijnen met het orkest open. De blazers bijvoorbeeld horen de cello vooraan op het podium niet of nauwelijks, waardoor een ‘dirigent-seingever’ meer dan aangewezen is. En last but not least: een dirigent kan – en hoort volgens mij – spontaniteit te genereren. Kortom: de maestro als communicatiecentrum! Toch blijft het tot op zekere hoogte een mysterie hoe die emotionele en muzikale stromen geleid worden. Maar laat net dat het mooie van een concert zijn.”

 José Luis Gómez knikt instemmend. “De creatieve lijnen van de solist en het orkest samenbrengen, daar gaat het om. Die artistieke dans, die ik als dirigent woordeloos leid met handen, armen en ogen, moet het orkest vertrouwen en spelplezier geven. Controle behouden en toch loslaten, dat delicate evenwicht probeer ik te bewaken.”  

Sinfonia concertante

Het Celloconcerto van Dvořák karakteriseert zich door een sterke verhaallijn, als een reis die het karakter van het hoofdpersonage aanzienlijk verandert. Dvořák schreef het werk in 1894, aan het einde van zijn driejarig verblijf als directeur van het National Conservatory of Music in New York. Toen hij vernam dat zijn geliefde schoonzus Josefina Kaunitzová ernstig ziek was, besloot hij zijn affectie muzikaal te verklanken. Het middendeel van het concerto – het lyrische adagio – maakt gebruik van het lied Lasst mich allein Op.82, een melodie die zijn schoonzus bijzonder dierbaar was. Toen Josefina stierf in mei 1895 – een maand na Dvořáks terugkeer uit de VS – besloot hij het slot te herschrijven tot een afscheidsgroet. Johannes Moser koestert de facsimile van de partituur. “De doorhalingen op het einde roepen zoveel emoties op. Ik vind het als solist belangrijk daar voeling mee te krijgen. Mijn rol tijdens het concerto evolueert van protagonist tot mede-muzikant. Het eerste deel (allegro) bevat prachtige solopassages, maar in het adagio treden vooral kamermuzikale momenten op de voorgrond met bijvoorbeeld mooie duetten tussen cello en viool. Een ongelooflijk werk, een ‘sinfonia concertante’ die ook wel Dvořáks Tiende Symfonie wordt genoemd. Ik breng in november mijn Andrea Guarneri cello uit 1694 mee. Noblesse oblige.”  

Johan Van Acker

Concert Johannes Moser speelt Dvořák
programma Bohuslav Martinů (1890–1959) Ouverture H345, Antonín Dvořák (1841–1904) Concerto voor cello in b, Op. 104, Richard R. He (°1996) SOV Composers' Academy ~ Creatie, Johannes Brahms (1833-1897) Symfonie nr. 3 in F, Op. 90
met dirigent José Luis Gómez en cellist Johannes Moser

Honger naar meer artikels? 

Het driemaandelijkse magazine van Symfonieorkest Vlaanderen - Symfozine - brengt interviews met solisten en (gast)dirigenten, neemt je mee achter de schermen van het orkest en zorgt voor verdieping bij de concerten.

Dit artikel verscheen in Symfozine 91 (sep - dec 2021) en werd geschreven door Sofie Taes.

Vraag je gratis exemplaar aan

Ook ons drukwerk ontvangen? Stuur je adres door naar info@symfonieorkest.be

Stuur ons een e-mail