Symfonieorkest Vlaanderen

Lachen, gieren, brullen

Beethoven tussen wanhoop en extase

“Ik was maar een zuchtje verwijderd van het einde van mijn leven.” Meer dan 200 jaar nadat Beethoven tijdens een retraite in Heiligenstadt zijn ware gevoelens over zijn gehoorproblemen neerschreef in een brief aan zijn broers (het zogenaamde ‘Heiligenstadt Testament’), blijft het pijnlijk om te lezen hoe dicht hij bij de rand van de afgrond stond. Beethovens ontreddering ging veel verder dan de bezorgdheid om het waarmaken van zijn ambities als componist. Hij zag zijn nakende doofheid als een kerker waarin hij eenzaam zou wegkwijnen, met de dood als onverstoorbare poortwachter. 

We schrijven 1802 en het ging de jonge dertiger voor de wind. Op de muziekmarkt, waar de vraag naar zijn werk nauwelijks bij te houden was. Op de Bühne, waar zijn ballet Die Geschöpfe des Prometheus een triomfreeks van 23 voorstellingen beleefde. En in de geldbuidel, waar internationale compositie-opdrachten en het mecenaat van prins Lichnowsky voor comfort en zielenrust zorgden. Maar in het kopje zat het fout. 

De brief toont aan dat Beethoven op buigen of barsten stond. De muziek uit die periode laat echter een ander geluid horen. Vooral Symfonie nr. 2 (1801-1802) werpt een bijzonder licht op de zaak: geen gitzwart lament maar een Beethoven zoals je die zelden hoort: grappend en gniffelend, jolig, uitbundig zelfs. Tal van Beethoven-specialisten zijn in deze verbazende case gedoken. Hoe is het mogelijk dat iemand, die van tumultueuze en temperamentvolle muziek zijn handelsmerk maakte, in zijn donkerste uren zo’n zonnige muziek heeft geschreven? 

De partituur: een dagboek?

Het is een vraag waarop wel meerdere antwoorden te bedenken zijn. Maar ook één die zelf in vraag gesteld kan worden. Hoe belangrijk zijn de gevoelens van een componist op het moment van creatie? Een kunstenaar werkt natuurlijk nooit in een vacuüm, maar artistieke expressie is zoveel meer dan een spiegel van emoties en indrukken. Muziekwetenschappers zijn (gelukkig) teruggekomen van de idee dat elke partituur, willens nillens, een venster is op de ziel van haar bedenker. Waarom zou Beethoven geen uitgelaten muziek componeren, als dat de beste manier was waarop hij zijn idee voor deze symfonie gestalte kon geven? 

Ook de ‘zonnige’ toon van het werk verdient een kritische blik. Er zijn véle tinten grijs maar ook vele soorten opgewekt: van tevreden en goedgemutst over vrolijk en monter, triomfantelijk en jubilant, tot extatisch, delirisch en waanzinnig. Zo gevarieerd klatert het ook doorheen de notenbalken: koket gekir, Haydneske mopjes, Mozartiaanse ‘buffa’, fanfaremuziek, giechelmotiefjes en onverhulde joie de vivre. Maar er is meer: plagerij, provocatie en donderstorm. Dit is muziek van contrasten. Muziek als verzetsdaad? 

Kracht uit experiment

Beethovens brief en zijn muziek belichten twee zijden van dezelfde medaille: ontreddering en doodsangst versus vitaliteit en levensdrang. Die innerlijke strijd ontvouwt zich in een partituur die te allen tijde alle kanten uit lijkt te willen gaan. Elke parameter wordt dan ook bespeeld om het klassieke symfonische format op z’n grondvesten te doen daveren. Momenten van bevestigende klaarheid, die tonale verwachtingen gul inlossen, wisselen af met complexe harmonische passages vol chromatiek die zich aan elke conventie en logica onttrekken. Plotse stiltes worden doorbroken met dynamische extremen, orkestgroepen en instrumentale kleuren worden niet gemengd maar naast elkaar getoetst - als pointillistisch purper gestipt uit rode en blauwe tonen. 

Ook op het vlak van thematische inventie, motiefverwerking en vorm waagt Beethoven zich - vaker en verder dan in Symfonie nr. 1 - op het terrein van het avontuur en het experiment. In de forse inleiding tot de eerste beweging stroopt de componist de mouwen op. De passage - zowat driemaal langer dan de intro tot de eerste symfonie! - laat zowel majeur als mineur sferen proeven, grossiert in instrumentale kleuren en lanceert de idee van ritmisch contrast. Het is een voorbode van wat komen gaat: een cassant Allegro met de allures van een ouverture, een langoureus Larghetto dat zich ontvouwt als een woordeloze aria, een Scherzo (letterlijk: ‘grapje’) als schokkend alternatief voor het traditionele Menuet, en een finale in rondovorm die uitloopt op een massieve coda. “Als een razende draak die weigert te creperen” - aldus een eigentijdse recensent - slaat het staartje van de symfonie wild om zich heen, alsof de componist het momentum van onbeslistheid wil vasthouden. Als het dubbeltje uiteindelijk valt, komen hoop en geestdrift de lauweren rapen.

Held

Symfonie nr. 2 was - op z’n zachtst gezegd - choquerend voor de goegemeente die, met Haydn en Mozart fris in de oren, geen blijf wist met Beethovens “geforceerde streven naar het nieuwe en verrassende” (alweer een recensent). En zelfs twee eeuwen later blijft het werk voorwerp van discussie, met non-believers die Symfonie nr. 2 naar het verdomhoekje verwijzen als “het lelijke jonge eendje” van Beethovens symfonische oeuvre. 

Het moet gezegd: zonder 8 andere zwanen zou deze als adembenemende beauty de geschiedenis zijn ingegaan. Nu moet ze het voetlicht delen, vaak tot haar scha en schande. Onterecht, want nr. 2 is niets minder dan een doorbraak: het moment waarop Beethoven toont de idee ‘symfonie’ en de tool ‘orkest’ begrepen te hebben. Bovendien heeft hij uitgedokterd hoe beiden optimaal ingezet kunnen worden voor de realisatie van zijn symfonische ideaal. 

Doe haar dus niet af als een ‘vroeg’ werk waarin de componist ‘probeert’ waar hij in latere symfonieën in zal ‘slagen’. Of noem haar - godbetert - geen opmaat naar Eroïca. Nr. 2 is een koevoet van een symfonie; een afspraak met de geschiedenis. Een zaaibed waarin Beethovens instrumentale retoriek van drama en triomf, contrast en verrassing, wispelturigheid en ambitie voor het eerst rijp is voor oogst. 

Achter de noten schuilt ook nog dat andere verhaal, van wilskracht en onverzettelijkheid. Nee, emotie staat niet gelijk aan kunst, maar voegt wel een ervaringsregister toe. En dus is het niet verkeerd om bij het (her)beluisteren van de lange intro, het gekscherende Scherzo, het grillige rondo en de wilde coda heel even te denken aan hoe Beethoven, geconfronteerd met het Shakespeariaanse dilemma “te zijn of niet te zijn?”, antwoordt met muziek die de toekomst recht in de ogen kijkt.

Luister Beethoven Symfonie nr. 2 live!

Honger naar meer artikels? 

Het driemaandelijkse magazine van Symfonieorkest Vlaanderen - Symfozine - brengt interviews met solisten en (gast)dirigenten, neemt je mee achter de schermen van het orkest en zorgt voor verdieping bij de concerten.

Dit artikel verscheen in Symfozine 94 (september t/m december 2022) en werd geschreven door Sofie Taes.

Vraag je gratis exemplaar aan

Ook ons drukwerk ontvangen? Stuur je adres door naar info@symfonieorkest.be

Stuur ons een e-mail