Ik ben jong, de wereld ligt aan mijn voeten. Het is niet alleen de lijfspreuk van Jelle Cleymans, maar ook van de muzikanten tijdens het herfstproject van SOV Young. Op het podium schittert een triade aan jonge krachten: orkest, solist én componist.
- Sven Sabbe
“Muziek is altijd al deel geweest van mijn leven”, begint de achttienjarige Valentin Feiss het gesprek. “Thuis weerklonk er altijd muziek. En daarnaast hoorde ik dagelijks mijn vader, die ook cellist is, repeteren. Ik wou eerst piano spelen, maar dat lag me niet helemaal. Toen ik uiteindelijk de cello vastpakte, dat instrument dat er eigenlijk al altijd was geweest, besefte ik: dit wil ik mijn hele leven doen.”
Toen Valentin begin dit jaar door zijn Instagram scrollde en de oproep voor SOV Young Soloist zag, twijfelde hij geen seconde om auditie te doen. “Ik ben als een gek in de partituur gedoken. Met de cello kan je een wereld creëren, je emoties een stem geven. Ik hou daarom van cellisten als Victor Julien-Laferrière of Stéphanie Huang: bij hen lijkt het alsof mens en instrument moeiteloos samenvallen.”
Op zijn twaalfde wist Valentin al dat hij professioneel muzikant wilde worden. Twee jaar later ontmoette hij zijn mentor Justus Grimm, bij wie hij privélessen volgde en die hem onder zijn hoede nam. “Het is dankzij hem dat ik op mijn vijftiende de kans kreeg om te starten aan het Conservatorium van Antwerpen. Intussen zit ik in mijn derde bachelor. Binnenkort studeer ik dus af, maar ik voel dat ik nog veel kan leren.Ik ga dus wellicht nog ergens anders verder studeren. En daarna zou ik graag meedoen aan audities en wedstrijden.”
2026 was een bijzonder jaar voor Valentin. “Ik had in het voorjaar auditie gedaan aan het conservatorium van Parijs, maar mocht daar helaas niet beginnen. Dat was een serieuze domper. Ik heb toen heel hard aan mezelf getwijfeld. Nu is er deze prachtige kans. Om te spelen met een orkest, onder leiding van een geweldige dirigent, in een grote concertzaal: dat was exact de boost die ik nodig had om verder te gaan. Ik kijk dus enorm uit naar de repetities en concerten.”
Geen solist zonder orkest. Links achteraan, net achter de violen, zit de zeventienjarige Klara De Vos aan de harp. “Ik ben net als Valentin begonnen met piano, maar na een jaartje overgeschakeld naar de harp. Eigenlijk ben ik al verliefd op dat instrument sinds mijn mama me ooit een filmpje toonde. Ik vond de klank meteen prachtig. En eerlijk: hoe cool is een harp? Toch veel cooler dan een piano.”
Vorig jaar deed Klara voor het eerst mee met SOV Young, op aanraden van haar harpleerkrachten Judith Soumillion en Anouk Sturtewagen. “Zij vertelden me over de auditie en zeiden dat ik het moest proberen. Ik was heel benieuwd hoe het was om in een orkest te spelen. Meestal zijn er maar één of twee harpen nodig, dus zoveel plaatsen zijn er niet. Ik ben dus heel blij dat ik nog eens mag meedoen. In ‘Het Zwanenmeer’ dan nog, een prachtig stuk dat ik al veel gehoord heb en nu eindelijk zelf eens mag spelen.”
Ook de sfeer in het orkest is iets unieks, zegt ze: “Samen muziek maken is ongelofelijk. Tegelijkertijd is het ook wel spannend. Als harpiste heb je soms lange momenten waarop je moet wachten en tellen. En wanneer je inzet dan toch komt, is die vaak net heel belangrijk. Dat vraagt veel concentratie, maar ik ga er toch ook vooral van genieten. In het Concertgebouw van Brugge speel ik bovendien een echte thuismatch. Mijn hele familie heeft ondertussen al tickets gekocht, dus er zal heel wat steun in de zaal zitten.”
“Ik ga nu naar het zesde middelbaar, dus ik moet binnenkort kiezen of ik aan het conservatorium wil beginnen. Ik heb wel al eens een wedstrijd gewonnen, en speel ook soms soloconcerten, maar spelen met een orkest: dat gebeurt niet veel. Dan is SOV Young echt de perfecte kans om eens te proeven van het leven als professioneel muzikant. Het was zeker een van de redenen waarom ik wilde meedoen aan dit project.”
Geen orkest zonder muziek. Enter Ramses Vandewalle, componist. “Nee, ik heb geen piano gestudeerd”, lacht Ramses. “Ik heb als kind een paar jaar les gevolgd, maar ben pas na mijn achttiende fanatiek in de muziek gedoken. Nadat ik hogere studies fysica begon, sloeg covid toe en werkte ik een aantal jaar in de slagerij van mijn vader. Tijdens die jaren verdiepte ik me in harmonie, muziekanalyse en nog veel meer. Daarna trok ik naar het Lemmensinstituut in Leuven. Ik wou slagwerk studeren, maar mijn oog viel op de opleiding compositie. Ik had wel wat ervaring met arrangeren en schrijven, heb toen mijn buikgevoel gevolgd, en intussen zit ik in mijn eerste master.”
Componeren verloopt bij Ramses heel intuïtief: “Ik zit meestal aan de piano en werk een motiefje uit tot een mooi muzikaal idee. Het is ook al gebeurd dat ik uit de douche moet springen omdat ik een melodie in mijn hoofd hoor en die móét noteren. Ik schrijf trouwens alles uit op papier: van de eerste schets tot de instrumentatie. Pas op het einde zet ik alles in een digitale partituur. Op de computer componeren vind ik veel te beperkend.”
Dankzij de SOV Composer’s Academy mag hij een One-minute-symphony schrijven voor SOV Young: “Mijn allereerste eigen symfonisch werk voor orkest. Ik vind het megaspannend. In het voorjaar kon ik mijn werk al eens voorleggen tijdens een repetitie van Symfonieorkest Vlaanderen. Onder leiding van Martijn Dendievel kwam het werk voor het eerst tot leven: een magisch moment, maar ook een echte reality check. Je leert enorm veel. Wat op papier logisch klinkt, klinkt in een orkest soms helemaal anders. Ook de feedback van Martijn was enorm verhelderend. Ik heb de hele zomer het stuk zitten herwerken, en kijk uit naar de repetities met SOV Young en Lars Corijn. Het is een bijzonder project, met heel veel jonge mensen in de hoofdrol. Iedereen zit ongeveer in dezelfde fase van zijn of haar ontwikkeling. We leren allemaal bij en groeien samen. Dat maakt het extra inspirerend.”
